Verval van vakantiedagen en vakantie tijdens ziekte: wiens probleem is dat?

23.11.2018

Ieder jaar bouwt een werknemer vakantiedagen op. Voor een full-time werknemer 20 vakantiedagen per jaar, vaak aangevuld met een aantal extra dagen, de zogeheten bovenwettelijke vakantiedagen.

De wet zegt dat wettelijke vakantiedagen verjaren per 1 juli van het opvolgende jaar. Oftewel, per 1 juli 2019 zijn de wettelijke vakantiedagen over 2018 vervallen als deze nog niet zijn opgenomen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaren. Ik ga niet verder in op andersoortige dagen, zoals ATV-dagen of PLB-uren.

Er is meermaals geprocedeerd over de vraag of dat wel mag, het vervallen van vakantiedagen. Het antwoord was altijd duidelijk: dat mag. Daar gelden wel allerlei uitzonderingen op. Een werknemer moet wel in staat zijn geweest om vakantie op te nemen. Als een werknemer bijvoorbeeld langdurig ziek is geweest en niet in staat was om vakantie op te nemen, behoudt hij het recht op vakantie.

De praktijk is vaak dat een werkgever een administratie van vakantiedagen bijhoudt en geen actieve rol speelt als vakantiedagen dreigen te vervallen. Het opnemen van vakantie was de verantwoordelijkheid van de werknemer. Met een recent arrest van het Europese Hof van Justitie van 6 november 2018 (link naar de volledige uitspraak, kenmerk ECLI:EU:C:2018:874, C-684/16) lijkt dat laatste niet zo zeker meer.

Het Hof van Justitie oordeelde dat een werkgever de werknemers daadwerkelijk in staat moet stellen om de vakantiedagen op te nemen, met name door passende informatie te verstrekken. De nationale rechter moet dat nagaan in een gerechtelijke procedure en de bewijslast dat de werkgever aan de informatieverplichting heeft voldaan, rust op de werkgever.

Kortom: het wordt (mede) een probleem voor de werkgever om de werknemer te wijzen op dreigend verval van vakantiedagen. Laat de werkgever dit na, dan kan de werknemer de vervallen vakantiedagen wellicht alsnog opeisen, of een geldelijke vergoeding verzoeken.

Het is dus van belang om bijvoorbeeld jaarlijks een inventarisatie te houden van openstaande (wettelijke) vakantiedagen en werknemers aan te schrijven met de waarschuwing dat ze dagen moeten opnemen, met daarbij een specificatie van het aantal en het moment van verval (en vervolgens ook daadwerkelijk in staat stellen om die dagen op te nemen). Het is dus onzeker of een verwijzing in het personeelshandboek naar de regeling rondom verval nog voldoet. Een aantoonbaar actief beleid is aan te bevelen.

Het Hof van Justitie benadrukt in het arrest nog wel dat partijen (in dit geval dus werknemers) hier geen directe rechten aan kunnen ontlenen, maar dat een rechter wel dient te toetsen aan dit recht.

Tot slot: vakantiedagen tijdens ziekte. Om te voorkomen dat tijdens langdurige ziekte een stuwmeer aan vakantiedagen ontstaat is het ook belangrijk er op toe te zien dat zieke werknemers vakantie opnemen. Tijdens die vakantie zijn zij vrijgesteld van re-integratieverplichtingen.

Voor verdere vragen op dit punt kunt u altijd contact opnemen met Peter Mourik.