Vernietiging overname aandelen. Gevolgen.

13.04.2017

Vrijdag 31 maart jl. heeft de Hoge Raad beslist over de vraag wat de gevolgen zijn van de vernietiging van een aandelentransactie. Het betrof onder meer de vraag of er (i) bij een BV een notariële “terugleveringsakte” nodig was en (ii) wat de gevolgen zijn voor het stemrecht dat aan de aandelen verbonden is.

De koper van de aandelen was door het Gerechtshof op (onder meer) deze punten in het ongelijk gesteld en trachtte de Hoge Raad op andere gedachten te brengen.

De Hoge Raad doet de zaak kort en zonder nadere motivering af, waarmee de koper van de aandelen –  weer – in het ongelijk werd gesteld.

Gevolgen van vernietiging wanneer er geen sprake is van een faillissement

Hoewel de zaak speelde in een faillissementssituatie (de vernietiging vond plaats op grond van de faillissementspauliana) zijn deze uitkomsten ook relevant voor andere “soorten” vernietiging: ongeacht of er sprake is van een faillissement. Denk bijvoorbeeld aan een vernietiging op grond van dwaling of misbruik van omstandigheden. Dat blijkt ook uit de conclusie van de Procureur-Generaal, die verwijst naar het causale stelsel (3:84 lid 1 BW) zoals dat buiten faillissement eveneens van toepassing is. Ook bij die “vernietigingen” is dus geen “terugleveringsakte” nodig en zal ook het stemrecht terugkeren bij de verkoper.

Rol van het aandeelhoudersregister

De koper had bij het Gerechtshof tevens in stelling gebracht dat het aandeelhoudersregister nog niet het (hernieuwde) aandeelhouderschap van de curator vermeldde, en dat daarom de vernietiging geen gevolg kon hebben. Ook deze strohalm bood de koper geen houvast en dat zal zonder twijfel buiten faillissement eveneens gelden.  

Geringe beperkingen stemrecht

Uit het voorafgaande arrest van het Gerechtshof bleek nog wel dat de bijzondere positie van de faillissementsvernietiging (faillissementspauliana) met zich meebracht dat de curator niet alle besluiten met betrekking tot de aandelen kon nemen. Het ontslaan van de bestuurder van de deelneming is bijvoorbeeld al wel een daad van beheer over het “faillissementsvermogen” van de aandeelhouder, waarmee de belangen van de failliet als aandeelhouder waren gediend. De vernietiging had ook in dat opzicht rechtsgevolg. Gezien die redenatie is de kring van besluiten waartoe de curator niet bevoegd zou zijn, beperkt te noemen. Bij vernietigingen met een andere achtgrond geldt zelfs die beperking niet, en is het stemrecht volwaardig terug bij de verkoper.

Voorkomen is beter dan vernietigen

In de praktijk wordt bij “nette” aandelentransacties vaak gebruik gemaakt van objectieve waarderingen zodat de kans op vernietiging vanwege een te lage koopprijs wordt voorkomen. Bovendien komt het vaak voor dat – in aanvulling daarop – gebruik wordt gemaakt van een nabetalingsclausule (glij-clausule).

In deze zaak was er een zogenaamde koopprijs van € 1 overeengekomen en betrof het een transactie tussen gelieerde partijen. Geen wonder dat dit aandacht trok en mis ging, ondanks dat er toch een nabetalingsclausule overeen was gekomen. In eerste aanleg oordeelde daarop de Rechtbank kort en krachtig dat – ten aanzien van de faillissementspauliana – met een nabetalingsclausule de mogelijkheid tot vernietiging niet kon worden “weggecontracteerd”. In hoger beroep oordeelde ook het Gerechtshof dat die nabetalingsclausule in dit geval niet werkte; maar dat het wèl kan bij nette transacties met echte derde partijen. Terecht.   

In de praktijk staat in veel aktes en overeenkomsten dat partijen de aandelenoverdracht later niet kunnen vernietigen, of dat zij afstand doen van dat recht. Het effect van die afspraken is wisselend. Aangezien de vernietiging op grond van de faillissementspauliana een maatregel is ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers – en deze vrijwel nooit allemaal partij zijn bij de transactie voorafgaand aan het faillissement – en omdat de faillissementswet bovendien van dwingend recht is, is  aannemelijk dat de faillissementspauliana niet zo kan worden uitgesloten.

Minstens zo belangrijk is de vraag of de koper en de verkoper een “normale” vernietiging op grond van bijvoorbeeld dwaling of misbruik van omstandigheden op die manier wèl kunnen uitsluiten bij een overname. Regelmatig werd aangenomen dat dit niet mogelijk is omdat het in strijd zou zijn met de goede zeden, maar die stelling is in de literatuur recent weer ter discussie gesteld. Gelet daarop is het verstandig – natuurlijk als partijen de “pros and cons” vooraf goed hebben afgewogen – dit dan zorgvuldig op papier te zetten. Het blijft dan nog altijd de vraag of het werkt, maar zonder een dergelijke bepaling zal vernietiging in ieder geval mogelijk blijven.

Tot slot het volgende. Niet alleen de curator kan transacties vernietigen hoewel hij geen partij was bij de transactie. Het Burgerlijk Wetboek stelt, in geval van verhaalsbenadeling, deze bijzondere maatregel ook ten dienste aan schuldeisers buiten faillissement. Dat wordt dan wel de BW-pauliana genoemd. De gevolgen van de BW-pauliana sluiten meer aan bij de gevolgen van de faillissementspauliana, dan bij een vernietiging op grond van, bijvoorbeeld, dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden.