Shell (toch) aansprakelijk voor schulden van NAM?

16.03.2018

Aansprakelijkheid NAM

Het zal u niet zijn ontgaan. Kort geleden heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een procedure ten aanzien van de aansprakelijkheid van NAM voor aardbevingsschade.

Kort gezegd is, in lijn met het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 2 september 2015, geoordeeld dat woningeigenaren ook aanspraak kunnen maken op vergoeding van waardeverminderingsschade als zij hun woningen (nog) niet hebben verkocht en als er nog geen sprake is van fysieke schade aan die woningen.

403-verklaring

Kort na de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd bekend dat Shell, een van de aandeelhouders en bestuurders van NAM, haar voor NAM afgegeven 403-verklaring per 2 juni 2017 had ingetrokken. Hierover is een levendige discussie ontstaan in de media en politiek, inclusief bijbehorende Kamervragen.

Artikel 2:403 BW bepaalt onder welke voorwaarden rechtspersonen vrijgesteld zijn van (o.a.) de wettelijke vereisten voor het inrichten van de jaarrekening en het deponeren daarvan. Onderdeel van die voorwaarden is dat de cijfers van de vrijgestelde rechtspersoon zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening van (bijvoorbeeld) de moedermaatschappij. Die consoliderende rechtspersoon moet schriftelijk verklaren zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor schulden van de vrijgestelde rechtspersoon voortvloeiend uit rechtshandelingen (de ‘403-verklaring’). De 403-verklaring ziet alleen niet op schulden uit bijvoorbeeld onrechtmatige daad.

Als gevolg van de intrekking van de 403-verklaring (per 2 juni) is Shell niet meer aansprakelijk voor schulden van de NAM die voortvloeien uit rechtshandelingen van NAM. Gevolg daarvan is dat  eventuele schikkingen die NAM vanaf 2 juni met woningeigenaren is aangegaan of naar aanleiding van de voornoemde uitspraken zal aangaan, niet gedekt zijn door de aansprakelijkheid van Shell onder de 403-verklaring. Bij eventuele betalingsproblemen van NAM kan dit een flinke domper zijn voor woningeigenaren.  

Schijn van kredietwaardigheid

Zowel NAM als Shell hebben gereageerd op de commotie die ontstond naar aanleiding van de intrekking van de 403-verklaring. Zo heeft NAM o.a. gesteld dat NAM aan al haar verplichtingen zal blijven voldoen, dat NAM solvabel is en dat NAM adequate financiële buffers zal aanhouden.

Ook Shell heeft verklaard dat NAM financieel gezond is en in staat om aan al haar verplichtingen te voldoen. Voorts liet Shell weten dat zij zich blijft inzetten om met andere belanghebbenden oplossingen te vinden voor de problemen door aardbevingen in Groningen, dat het altijd haar intentie is geweest dat alle schade als gevolg van aardbevingen wordt vergoed, dat zij als aandeelhouder alles zal doen wat in haar vermogen ligt om NAM te steunen bij het nakomen van haar verplichtingen en dat zij bereid is daarvoor garanties (de tekst en vorm daarvan wordt nog besproken met de minister van Economische Zaken en Klimaat).

Dit zijn verregaande uitspraken. Mogelijk gaan deze uitspraken zelfs zo ver dat die uitspraken in geval van financiële problemen van NAM (bijvoorbeeld als gevolg van de dichtgedraaide gaskraan), tezamen met allerhande andere feiten en omstandigheden, kunnen leiden tot een doorbraak van aansprakelijkheid jegens Shell, omdat zij de schijn van kredietwaardigheid van NAM heeft gewekt. In dat geval zouden woningeigenaren toch direct Shell kunnen aanspreken tot vergoeding van de door hen geleden schade. Daarop mag (vooralsnog) echter niet te hard worden gehoopt. Slechts in bijzondere gevallen wordt een dergelijke doorbraak van aansprakelijkheid aangenomen. Dat is dus voer voor procedures op het scherpst van de (juridische) snede.

Klik hier om het artikel te lezen op de website van Port of BUSINESS.