Procederen en bewijzen: gebruik van in het geheim gemaakte gespreksopnamen toegestaan?

15.05.2017

In de civiele procespraktijk speelt bewijs een belangrijke rol. Volgens de wet kan bewijs op alle manieren (‘door alle middelen’) worden geleverd en kan de rechter zelf afwegen of het bewijs wel of niet geleverd is (‘de waardering van het bewijs is aan het oordeel van de rechter overgelaten’).

Op alle manieren? Ja, in principe wel. Zelfs als dat bewijs op een onrechtmatige wijze is verkregen, zoals het geval kan zijn met in het geheim opgenomen gesprekken.

Het in het geheim opnemen van een gesprek kan in principe gekwalificeerd worden als een inbreuk op privacy en daarmee als een onrechtmatige daad. In een uitspraak uit 2014 heeft de Hoge Raad uitgelegd dat er desalniettemin een rechtvaardiging kan bestaan voor de privacy-inbreuk. Het belang van de waarheidsvinding kan een rechtvaardigingsgrond zijn, zeker als er geen goede alternatieven zijn voor het op een andere wijze verkrijgen van bewijs.

Echter: zelfs als die rechtvaardigingsgrond er niet is en gesproken kan worden van een onrechtmatige privacy-inbreuk, dan nog is de kans groot dat een onrechtmatige gespreksopname als bewijs gebruikt kan worden. In een latere uitspraak in 2014 heeft de Hoge Raad verduidelijkt dat uitsluiting als bewijs alleen aan de orde is als sprake is van bijkomende omstandigheden. Uitgangspunt is dat het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in een procedure aan het licht komt zwaarder weegt dan het belang van uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs.

Op dit punt is er dus sprake van een groot verschil tussen strafrecht en civiel recht: in het strafrecht dient onrechtmatig verkregen bewijs uitgesloten te worden; in een procedure voor de gewone rechter is dat slechts in uitzonderingsgevallen zo.

Dit betekent niet dat partijen een vrijbrief hebben om gesprekken op te nemen, in e-mails of whats app gesprekken te gluren, etc. In de basis zal een rechter weinig sympathie hebben voor deze wijze van bewijs vergaren. Een rechter zal terughoudend zijn. De rechter màg het bewijs gebruiken, maar is daartoe niet verplicht. Zie de eerste alinea!