Een slapend dienstverband, opschudden of laten rusten?

21.12.2017

Recent bracht dagblad Trouw nog eens in kaart waar bijna alle werkgevers tegenaan lopen: de lange duur van de loondoorbetaling aan zieke werknemers. Daar waar die verplichting in de meeste Europese landen slechts enkele weken of hooguit een paar maanden bestaat, is dat in Nederland twee jaar. In het regeerakkoord worden kleine werkgevers (tot 25 medewerkers) deels tegemoet gekomen door een verkorting van de loondoorbetalingsperiode tot één jaar, maar ook die periode is nog altijd fors. Bovendien zijn er andere aspecten om rekening mee te houden bij een langdurig zieke werknemer.

Als een werknemer twee jaar ziek is en de re-integratie inspanningen van beide kanten zijn voldoende, dan zal de werknemer een WGA-uitkering (bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid) of een IVA-uitkering (bij volledige arbeidsongeschiktheid) toegekend krijgen. De verplichting loon te betalen stopt en veel werkgevers kiezen er dan voor om de werknemer in dienst te houden, zodat geen transitievergoeding hoeft te worden betaald. Dit leidt tot een zogenaamd “slapend” dienstverband. Hoewel dit door veel werknemers als onfatsoenlijk wordt gezien, is dit in de rechtspraak als toelaatbaar beoordeeld. Het zelf vragen van een ontbinding helpt de werknemer niet, omdat hij in die situatie ook geen recht heeft op een transitievergoeding.

Aan dit “slapend” houden zitten wel potentiële risico’s. Een niet volledig of niet duurzaam arbeidsongeschikte werknemer kan op enig moment namelijk dusdanig herstellen dat hij zich weer beschikbaar stelt voor het verrichten van (passend) werk. De werkgever zal dat werk moeten aanbieden en daarnaast zal de loonbetalingsplicht herleven. Om die situatie te voorkomen, kan het raadzaam zijn om het dienstverband toch te beëindigen en de betaling van de transitievergoeding voor lief te nemen. Zeker wanneer het om een relatief kort dienstverband gaat, zal dit in veel gevallen namelijk goedkoper zijn.

Belangrijk aspect hierbij is een wetsvoorstel dat begin dit jaar is ingediend. Het voorstel is om werkgevers die na 1 juli 2015 een transitievergoeding hebben betaald aan werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn en uit dienst treden, de volledige transitievergoeding terug te betalen. Hier staat wel een verhoging van de werkgeverspremies tegenover, maar per saldo zal een ontslag van een langdurig zieke werknemer dan minder kostbaar worden. Hierbij moet worden aangetekend dat met de recente aantreding van het nieuwe kabinet vooralsnog onduidelijk is of het wetsvoorstel in werking treedt en, zo ja, wanneer.

Tot die tijd lijkt het slapend houden van het dienstverband vooral aan de orde bij volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemers. Het risico op een “wonderbaarlijke genezing” is bij hen immers beperkter. Wel is het raadzaam om de werknemer gedurende de arbeidsongeschiktheid zo nu en dan te laten oproepen door de bedrijfsarts voor een controle en om tussentijds contact te houden.

Tot slot een andere kostenpost bij een slapend dienstverband: openstaande vakantiedagen. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen worden uitbetaald op verzoek van de werknemer. Dit is niet toegestaan bij wettelijke vakantiedagen. Deze verjaren dus op enig moment. Om dat te voorkomen zou een werknemer kunnen verzoeken om zijn vakantiedagen te mogen opnemen. In dat geval zal het loon moeten worden uitbetaald over de opgenomen vakantiedagen, ondanks het einde van de loonbetalingsplicht.

Het vergt dus in elk individueel geval van langdurige ziekte nauwkeurige afstemming met werknemer, bedrijfsarts en uw juridisch adviseur over de meest passende aanpak.