Cement, testament en trammelant

05.10.2017

“Italiaanse familie vecht vete uit in Nederlandse On­dernemingskamer”, zo kopte de NRC in haar verslag van een opmerkelijke procedure voor de Amster­damse Ondernemingskamer (OK) op 20 juli jongstleden. Wat was de inzet van dit conflict?

Als het gaat om zakendoen dan doet de familie Pe­senti niet onder voor de Pirelli’s en de Benettons. De familie is begin vorige eeuw in Bergamo (Noord-Italië) begonnen fortuin te maken met de productie van ce­ment. Het cement van de Pesenti´s zou later onder meer worden toegepast in de bouw van het Suez Ka­naal. In de jaren twintig van de vorige eeuw wordt de cementproductie samengevoegd met een aantal bouwbedrijven tot “Italcementi”. Dit bedrijf zal uit­groeien tot een multinational met meer dan 10 miljard op de balans. In 2015 verkoopt de familie 45% van haar belang in deze cementgigant aan het Duitse HeidelbergCement en verdient daarmee EUR 1,7 miljard.

De reden dat de familieleden met hun advocaten op 20 juli voor de Amsterdamse Ondernemingskamer verschijnen is dan ook niet gelegen in de omvang van de revenuen, maar in de aanwending en verdeling daarvan. Steen des aanstoots is een testament dat na het overlijden van één van de voorvaders Pesenti door diens vrouw is opgesteld. Het testament bepaalt dat de zoon en de drie dochters ieder recht hebben op 25% van het familievermogen. De gelijke verdeling van de economische eigendom staat echter op ge­spannen voet met de “scheve” zeggenschapsverhou­ding. De stemrechten zijn namelijk voor 28% aan de zoon toegewezen terwijl de drie dochters het met ie­der 24% moeten doen. Omdat zoon Giampiero en zijn zus Paola steevast samen optrekken hebben zij de facto zeggenschap over het familiekapitaal.

Giampiero en Paola willen de EUR 1,7 miljard op­brengst opnieuw investeren. ‘Casinokapitalisme’ roe­pen de twee andere dochters, die aandringen op een eenmalig super-dividenduitkering (ad EUR 300 mil­joen) omdat zij anders niet van de verkoop aan de Duitsers kunnen profiteren. Zij willen een dividendbe­leid dat recht doet aan hun economische belang, na­melijk 50% van het familiekapitaal. Daarbij wordt aangevoerd dat het kamp “Giampiero/Paola” wel (indirect) profijt van de verkoop heeft, via zo’n EUR 110 miljoen aan salarissen en bonussen die aan die kant van de stamboom valt. Wat is de les?

Als u een familiebedrijf hebt dan bent u vermoedelijk gewend om aan een half woord genoeg te hebben. Toch is het duidelijk uitspreken van verwachtingen en opvattingen van groot belang. Het Erasmus Centre for Family Business e.a. bevestigde vorig jaar dat (we­reldwijd) 70% van de bedrijven kopje-onder gaat na een transitie van de eerste naar de tweede generatie.

De zaak-Pesenti laat zien dat het verstandig kan zijn om een afgewogen dividendbeleid vast te leggen, met name als de eigendomsrechten (of zeggen­schapsrechten) verschillend zijn verdeeld onder fami­lieleden en niet alle aandeelhouders werkzaam zijn binnen het familiebedrijf. Grotere stakeholders kun­nen dan een ander (minder) belang hebben bij divi­dend en dit zet de ‘dividendpolitiek’ onder druk indien daar geen duidelijk afspraken over zijn ge­maakt. Een duidelijk dividendbeleid helpt bij het inka­deren van deze ‘politiek’ waardoor teleurstelling zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Van den Herik & Verhulst Advocaten is gespeciali­seerd in de juridische problematiek rondom familie­bedrijven en richt zich met name op ondernemers binnen het MKB. Cliënten noemen ons deskundig, doortastend en betrokken. Dat horen wij graag en daar werken wij hard voor, al meer dan 80 jaar.

Bij het ter perse gaan van dit nummer was de zaak- Pesenti nog onder de rechter. Uitspraak wordt ver­wacht in de week van 11 september a.s.

Klik hier om het artikel te lezen op portofbusiness.nl.

 

Update d.d. 6 oktober 2017:

De OK heeft op 5 oktober 2017 uitspraak gedaan en daarbij de vordering tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen het familiebedrijf afgewezen.

Daarbij overweegt de OK dat de omstandigheid dat het bestuur zich op punten afstandelijker opstelt dan verzoekers graag zouden zien geen gegronde reden vormt voor twijfel aan een juist beleid.

Evenwel voegt de OK daaraan toe dat op het bestuur een bijzondere zorgvuldigheidsverplichting jegens minderheidsaandeelhouders rust en plaats zij vraagtekens bij de wijze waarop met de minderheidsaandeelhouders wordt omgegaan. De OK wijst daarbij met name op het ontbreken van een adequate toelichting op de keuze voor een passieve opstelling ter zake het dividend- en beloningsbeleid. Echter acht de OK dat op dit moment nog van onvoldoende gewicht om een enquête te gelasten.

 

Een nadere toelichting op de uitspraak van de OK is hier beschikbaar. De uitspraak zelf is via deze link te raadplegen.